Zondag 8 maart speechte ik in een hindoeïstische tempel bij een verjaarsjubileum van mijn vrouw, Indra. Graag deel ik de tekst met jullie, omdat ze veel zegt over wat ik van haar heb geleerd als het om God gaat. Ik beloof dat dit voorlopig mijn laatste groetje is waarin ik me zo persoonlijk uitlaat in mijn schrijfsels. Ter verdediging van mezelf: de boodschap van dit persoonlijk verhaal is uiterst universeel.
ds Karl van Klaveren
Toespraak in de Sai Baba Mandir
Lieve Indra, ik vind het heel bijzonder dat ik jou vandaag mag toespreken in deze mandir, waar naast Krishna en Shiva, Durga, Hanuman en Ganesha ook Jezus en Maria een plek hebben als manifestaties van het geheimenis dat de wereld draagt.Vandaag vieren en gedenken we hier jouw zeventigste geboortedag, tijdens een dienst in de Sai Baba-tempel in Den Haag. Waarom is dat zo speciaal voor mij? Omdat ik tien jaar geleden met jou op een heel bijzondere manier ben getrouwd — in een Sai Baba-tempel in India. Dat is een mooi verhaal. Te mooi om het niet met u te delen.
We waren in India met een groep van twintig predikanten voor een studieverlof dat ik als predikant moest doen. Indra mocht mee omdat ze Hindi sprak en voor pandita had gestudeerd. Op de eerste dag dat we in Hyderabad waren, waar ik een aantal weken mijn studieverlof doorbracht in een centrum voor religieuze dialoog, liepen we samen de poort uit van ons resort. Vlak naast onze verblijfplaats zagen een tempel op een heuvel en werden nieuwsgierig. We hadden eerder tegen elkaar gezegd dat we ooit in India wilden trouwen. Maar niet nu, maar tijdens een speciale reis met zijn tweeën. Maar soms beslist het leven anders.
Op die eerste avond stapten we dus de Sai Baba-tempel binnen naast ons resort. Daar in Hyderabad. Er was een dienst gaande. Mensen liepen zingend rondom een jonge priester die op een verhoging zat. Op een gegeven moment keek hij ons aan en wenkte. We liepen naar hem toe. Hij haalde een doek tevoorschijn en legde die over onze hoofden. Hij sprak daarbij een paar woorden die ik niet verstond. Ik keek naar Indra en fluisterde in haar oor: “Volgens mij zijn we getrouwd.” Een maand later, aan het einde van onze reis, besloten we nog één keer naar die tempel terug te gaan om een donatie te brengen. En wie schetst onze verbazing: er was die dag een bruiloft gaande, vlak naast de tempel. We keken elkaar aan en dachten allebei: “Zie je wel — we zijn echt getrouwd op die eerste dag."
En dat nog wel in India. Het land dat jou zo lief is. Zo lief zelfs dat je het afgelopen jaar zelfs een Indiaas paspoort hebt aangevraagd — omdat het kon. Voor jou staat India voor je wortels. Voor de cultuur die je liefhebt. Voor de religie waarin je bent opgegroeid en die je je op een heel eigen en bijzondere manier hebt eigen gemaakt. Ja, de spiritualiteit van dat oude land, het moederland van vele godsdiensten, is dwars door je heen gegaan — de diepe wijsheid van de Veda’s, van de Upanishads en van de bhaktibeweging die daar later uit ontstond. Je hebt eigenlijk alle fasen doorlopen die ook de Indiase spiritualiteit door de eeuwen heen heeft doorgemaakt. Ooit offerde je als jonge vrouw bloemen in de vroege ochtend. En nu heb je het gevoel dat je hele leven een gebed is. Een offer.
We hebben vaak gesproken over deze dingen. En ook over hoe bijzonder het is dat onze wegen elkaar kruisten op een vergelijkbaar moment. Mijn geloof maakte een crisis door, maar ik hervond het geloof op nieuwe wijze. Bij jou gebeurde iets soortgelijks. Je kwam in een leegte terecht. Maar via Krishnamurti en andere leraren — en later ook via je studie voor pandita — vond ook jij de weg terug. Je merkte dat je crisis een verdieping was. Beiden leerden we God kennen als een geheim dat de religie overstijgt. Dat God de naam is voor de bron van de liefde die mensen ervaren. Het goede, het ware en het schone. Zoals ook Sai Baba leert: God is de schoonheid die in elk mensenhart te vinden is.
Ja, God is het leven zelf. Het leven dat onder elke steen te vinden is. Zelfs in de modder van het bestaan is er licht. Licht dat ons raakt en liefheeft. Er is een barst in alle dingen, zo komt het licht naar binnen, dichtte de joodse singer-songwriter Leonard Cohen: ‘There is a crack in everything, that’s how the light gets in.’ Over het jodendom gesproken. Een oude joodse gedachte is dat de wereld zeventig volken kent. Jij bent gisteren zeventig geworden. Een symbolisch getal dat staat voor de volheid van de wereld. Een volheid waarin alle volken en culturen delen. Juist Sai Baba heeft daarop gewezen. God is één en staat boven alle religie.
Als iemand dat mij heeft duidelijk gemaakt in mijn leven wat dat betekent, dan jij wel, Indra. Ooit aten we samen bij mijn ouders. Na de maaltijd zijn mijn ouders gewend om te lezen uit de Bijbel en te bidden. Nadat mijn vader had gebeden, zei mijn moeder tegen Indra: ‘Nu mag jij bidden tot jouw God.’ Indra keer haar verbaasd aan en zei: ‘Maar moeder, er is toch maar één God.’ Het was in feite een geweldige uitleg van wat monotheïsme is. God behoort niet exclusief tot een bepaalde groep. God is de schepper van alle mensen. Sabka maliek ek hai. Niet voor niets staat er op de eerste bladzijde van de Bijbel dat alle mensen gemaakt zijn naar het beeld van God. Ja, de Ene overstijgt de religies van mensen. De Ene is het Goede dat in alle mensenharten leeft en dat zich op vele wijze manifesteert.
Lieve Indra, ik wens je toe dat dit geheimenis nog vele jaren in je mag leven. En dat je het met anderen mag blijven delen.Want je bent een heel bijzonder mens. Voor mij. Voor ons. Voor zoveel mensen om je heen. Je bent voor ons een bron van vreugde. Een bron van licht. En ik hoop dat we samen nog vele jaren mogen lopen op deze wonderlijke weg die leven heet. Nog vele, vele jaren…